Accordion item is ingeklapt

Het contact met de biologische ouders en familie is belangrijk voor een pleegkind en dit geldt ook andersom. Ieder kind heeft daarom recht op omgang met zijn ouder én met personen met wie het een nauwe band heeft, bijvoorbeeld de opa en oma van het pleegkind of de biologische vader van het pleegkind. De biologische ouders hebben recht op omgang met hun kind, ook wanneer zij geen gezag meer hebben. In sommige gevallen heeft de rechter bepaald dat een biologische ouder geen recht heeft op omgang.

De voogd op gezinsvoogd heeft een overzicht van personen die recht hebben op omgang met het pleegkind. Omgang of contact met de biologische ouders is belangrijk voor de (identiteits)ontwikkeling en het gevoel van eigenwaarde van het pleegkind. De biologische ouders kunnen een belangrijke terugval basis vormen op het moment dat een kind oud genoeg is om pleegzorg te verlaten. In overleg met de pleegzorgbegeleider kan een biologische ouder bijvoorbeeld mee naar de sportclub, een ouderavond op school of een bezoekje aan de speeltuin.

Accordion item is ingeklapt

Binnen pleegzorg wordt veel gesproken over hechting. Hechting is een belangrijk onderwerp, maar wat is hechting eigenlijk?

Hechting is een proces van interactie tussen een kind en één of meer van zijn opvoeders dat leidt tot een duurzame affectieve relatie. Het is de mate waarin kinderen vertrouwen kunnen vinden bij een volwassene en zich kunnen overgeven aan de nabijheid van de volwassene, bijvoorbeeld in geval van stress.

Kinderen die veilig gehecht zijn kunnen anderen dichtbij laten komen. Ze zijn in staat om troost, steun en hulp te zoeken en accepteren en kunnen zich veilig en beschermd voelen.  Op het moment dat iemand veilig gehecht is, kan diegene zelf ook een hechtingsfiguur worden voor andere mensen of later als vader of moeder. De mate waarin een kind in staat is om zich te hechten, hangt van veel factoren af. Sommige factoren spelen al een rol voor de geboorte, zoals stress tijdens de zwangerschap.

Pleegkinderen en hechting

Bij de meeste pleegkinderen is sprake van een onveilige hechting. Het feit dat zij niet meer bij de eigen ouder(s) wonen geeft daar vaak voldoende aanleiding toe. Vaak spelen de situatie en de gebeurtenissen in het gezin van herkomst een rol. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer zij in hun vroege jeugd geen of weinig respons hebben gehad op signalen die zij gaven, wat leidt tot een onveilige hechting.

Er wordt onderscheid gemaakt tussen drie typen onveilige hechting:

  • Vermijdend-gehechte kinderen hebben, na vaak te zijn afgewezen, geleerd geen beroep meer te doen op hun ouders als ze stress ervaren. Deze kinderen richten hun pijn, verdriet of angst eerder naar binnen, of reageren agressief bij spanning. In sociale contacten houden zij liever afstand.
  • Ambivalent-gehechte kinderen zijn voornamelijk onzeker door het sterk wisselende inconsistente gedrag van hun ouders. Zij zoeken veel nabijheid, zijn soms aanhankelijk, passief of boos. Zij hebben niet het zelfvertrouwen van een veilig gehecht kind.
  • Gedesorganiseerde kinderen hebben een ‘verstoorde gehechtheidsrelatie met hun ouders. Deze kinderen zijn opgegroeid met ouders die de ene keer een bron van steun waren en de andere keer een bron van angst. Het kind kan zich niet aanpassen aan het tegengestelde gedrag van ouders en laat daarom vreemd, gedesorganiseerd gedrag zien. Dit gedrag kan zich uiten in het zoeken van nabijheid bij vreemden of als ze wat ouder zijn in extreem angstig, controlerend en bazig gedrag.

Hechting en pleegouder zijn

Hechting is één van de spannendste thema’s in pleegzorg. Als pleegouder wil je graag liefde, warmte en veiligheid bieden aan je pleegkind. Alleen zijn veel pleegkinderen onveilig gehecht, waardoor ze niet weten wat ze moeten met de liefde en nabijheid die hen gegeven wordt.  Voor een pleegkind kan dit leiden tot stress en die stress kan leiden tot gedrag waar je het als pleegouder moeilijk mee hebt.

Afstand en nabijheid

Kinderen die onveilig gehecht zijn, kunnen hier van herstellen. De weg naar een veilige hechting is echter geen gemakkelijke weg. Het bieden van afstand en nabijheid is belangrijk voor een pleegkind, maar is welke mate is van ieder kind afhankelijk. Het is belangrijk om dit met je pleegzorgbegeleider te bespreken wat voor jou en je pleegkind het juiste is. Belangrijk daarbij is dat wanneer je samen voor een pleegkind zorgt, je op één lijn zit en elkaar steunt in alles.

Accordion item is ingeklapt

Pleegouder zijn kan soms complex zijn. Je krijgt te maken met allerlei partijen, regelingen en wetgeving.

Klachten

Als pleegouder kan het voorkomen dat je het niet eens bent met iemand die betrokken is bij de zorg voor je pleegkind of dat je het niet eens bent met bepaalde gang van zaken.

Als je klacht gaat over een gecertificeerde instelling of pleegzorgaanbieder, kan je de klacht bij de organisatie indienen. De meeste gecertificeerde instellingen en pleegzorgaanbieders hebben het klachtenreglement op hun website geplaatst. In dit reglement staat beschreven hoe en waar je jouw klacht in kunt dienen.

Wanneer je hulp wil bij het indienen van je klacht, kun je gratis hulp vragen van een onafhankelijk vertrouwenspersoon die werkzaam is bij het AKJ.

De rechter

Om een ondertoezichtstelling of machtiging uithuisplaatsing te verlengen of om een omgangsregeling met ouders te wijzigen komt een rechter in beeld. De rol van pleegouders tijdens een rechtszitting is afhankelijk van de duur van de plaatsing. Een pleegouder kan een belanghebbende of informant zijn.

  • Belanghebbende: Als pleegouder ben je belanghebbende wanneer je pleegkinderen voor een langere tijd opvoed (opvoedingsvariant) of als je jouw pleegkind ten minste een jaar hebt verzorgd en opgevoed in je gezin. Wanneer je belanghebbende bent, word je opgeroepen voor de zitting, ontvang je alle processtukken en zal de rechter tijdens de zitting naar je mening vragen.
  • Informant: Als je korter dan een jaar voor het pleegkind zorgt en niet als belanghebbende wordt aangemerkt, kan je de rechter vragen om tijdens de zitting als informant gehoord te worden. De rol van de informant is beperkter dan die van een belanghebbende. Als informant mag je tijdens de zitting wel je mening geven, maar je ontvangt geen processtukken.

Rechtszitting

Wanneer je als pleegouder bent opgeroepen voor een rechtszitting, ben je niet verplicht daar naartoe te gaan. Soms kan het zelfs verstandig zijn om niet naar de zitting toe te gaan, zodat je buiten de strijd met ouders blijft. Als je aan de rechter wil vertellen hoe het gaat met je pleegkind of toe wil lichten wat er wel en niet goed gaat, is het verstandig om wel naar de rechtszitting toe te gaan. Er bestaat ook de mogelijkheid om de rechter een brief te sturen wanneer je niet naar de rechtszitting wil.

Accordion item is ingeklapt

Bij voogdij heeft iemand anders dan de eigen ouders het gezag over het kind. De voogd is de wettelijk vertegenwoordiger en neemt de belangrijke beslissingen over het kind. Zij zijn verantwoordelijk voor de verzorging en opvoeding van het pleegkind. Meestal werkt de voogd bij een gecertificeerde instelling, maar ook familieleden of de pleegouders kunnen voogd van een kind zijn. Wanneer de pleegouders de voogdij hebben, worden ze pleegoudervoogd genoemd. Het kan ook zijn dat één van beide pleegouders voogd is, de andere pleegouder blijft dan pleegouder, alleen zonder voogdij.

Manieren om pleegoudervoogd te worden:

  • Degene die nu de voogdij heeft (gecertificeerde instelling of familieleden) vraagt de rechter om zich van de voogdij te ontslaan en de pleegouder verklaart zich bereid om de voogdij op zich te nemen;
  • De pleegouder vraagt de rechter om hen als voogd te benoemen;
  • De pleegouder vraagt de rechter om degene die nu de voogdij heeft te ontslaan hiervan en zichzelf als voogd te benoemen.

De rechten en plichten van pleegkind moeten bij pleegoudervoogdij gewaarborgd zijn. Een pleegoudervoogd heeft verschillende rechten en plichten.

In de brochure Pleegoudervoogdij die Pleegzorg Nederland heeft ontwikkeld, is veel informatie over pleegoudervoogdij te vinden.

Accordion item is ingeklapt

Als je pleegkind 18 jaar wordt, is hij of zij voor de wet volwassen. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en Jeugdzorg Nederland hebben besloten dat vanaf 1 juli 2018 pleegzorg doorloopt totdat een pleegkind 21 wordt. Eventueel is een verlenging tot 23 jaar mogelijk. Of je pleegkind na zijn 18e nog een tijdje in jouw gezin blijft wonen of dat hij of zij op zoek gaat naar eigen woonruimte is afhankelijk van de wensen van het pleegkind.

Voor pleegkinderen betekent dat het volgende:

  • Pleegkinderen die na 1 juli 2018 18 jaar worden, hebben recht op pleegzorg tot 21 jaar, tenzij zij dit zelf niet willen;
  • Pleegkinderen die al verlengde pleegzorg krijgen, hebben hier nu tot hun 21e recht op;
  • Pleegkinderen die tussen 1 januari 2018 en 30 juni 2018 18 jaar zijn geworden, hebben ook recht op pleegzorg tot 21 jaar;
  • Pleegkinderen die voor 1 januari 2018 18 jaar zijn geworden en sindsdien geen verlengde pleegzorg hebben gekregen, kunnen geen gebruik maken van de afspraak tussen het ministerie, VNG en Jeugdzorg Nederland. Gemeenten hebben wel de vrijheid op hier schappelijk mee om te gaan en eventueel als nog pleegzorg tot 21 jaar toe te kennen;
  • Pleegkinderen die na hun 21e nog ondersteuning nodig hebben, komen in aanmerking voor pleegzorg tot 23 jaar.

Wanneer een pleegkind een jeugdbeschermingsmaatregel (ondertoezichtstelling of voogdij) heeft, eindigt deze wanneer een pleegkind 18 jaar wordt. Een pleegkind is dan meerderjarig.