De schoenen van de vluchteling

Burgemeester Kottelenberg

‘Laat ze teruggaan naar hun eigen woestijn, die lui’, was één van de anonieme reacties uit onze gemeente, op het krantenartikel dat eind vorige week in uw dagbladen verscheen. Een artikel, waarin aangekondigd werd dat het COA (Centrale Orgaan opvang Asielzoekers) onze gemeente Neder-Betuwe heeft gevraagd om 300 à 400 vluchtelingen tijdelijk op te vangen. Dit is een vraag, die je als burgemeester eigenlijk niet gesteld wilt krijgen. Niet, omdat ik vind (vanuit mijn warme, veilige huis) dat ‘die lui’ maar in hun eigen woestijn moeten blijven, maar omdat ik het verschrikkelijk vind dat we in een wereld leven die op veel plaatsen zó in brand staat, dat mensen geen andere uitweg zien dan alles achter te laten en te vluchten. Het enige menselijke, mogelijke antwoord dat ik kon geven op de vraag van het COA was dan ook: we gaan kijken wat we kunnen doen. Voor alle duidelijkheid: dit is een ‘ja, mits’. We willen meewerken onder voorwaarden. Ik ben er trots op, dat ons college en onze gemeenteraad zich binnen 24 uur na het bewuste telefoontje achter dit antwoord heeft geschaard.

De vraag van het COA kwam vorige week woensdag als een donderslag uit heldere hemel. En dan gaat de rollercoaster los. Er wordt op dit moment intensief overlegd met het COA. De accommodatie, twee riviercruiseschepen, die al meer dan een jaar werkloos in de Dodewaardse Waalhaven liggen, en door de reder aan het COA zijn aangeboden voor noodopvang, is geïnspecteerd, en in principe geschikt bevonden. Maar zo simpel is het allemaal niet. Er zijn bijvoorbeeld aspecten van veiligheid: het water, de scheepswerf, het verkeer op de dijk, etc. die nog grondig bekeken en overwogen moeten worden, vóór het ‘ja, mits’ een ‘ja’ kan worden.

Zeer hoog op de prioriteitenlijst bij dit alles staat ook de wens om met de bevolking van Dodewaard te overleggen. Het is immers niet de eerste keer dat er een beroep wordt gedaan op de gastvrijheid van Dodewaard, en daarom zijn zo snel als mogelijk voorlichtingsbijeenkomsten georganiseerd. Daar hoorden wij uw vragen en zorgen, maar ook kregen wij tips en adviezen, en hartverwarmende reacties als: ‘wat kunnen wij doen’.

In overleg met COA, college, gemeenteraad en de mening te hebben gehoord van de eerste bewoners zijn nu de volgende lijnen uitgezet: Neder-Betuwe is in principe bereid om tijdelijk noodopvang te bieden aan mensen die nergens meer een plek kunnen vinden. Maar wel onder een aantal voorwaarden: de locatie moet aan een aantal veiligheidseisen voldoen, en dat betekent onder andere, dat de opvang van gezinnen met kleine kinderen problematisch is. We willen ook geen grote groepen jonge, werkloze mannen uit de zogenoemde ‘veilige landen’. Waar het om gaat, zijn vrouwen, mannen en gezinnen met oudere kinderen, die gevlucht zijn uit levensgevaarlijke oorlogssituaties. Ook het aantal mensen, en de duur van de opvang is nog in overleg. Het definitieve besluit is dus nog niet gevallen.

Ik weet, en begrijp, dat het voor sommigen moeilijk is om te zien hoe wij alles uit de kast halen om vreemdelingen van huisvesting te voorzien, terwijl er in ons eigen land woningnood is. Maar lieve mensen, wij hebben een veilig dak boven ons hoofd, al is het misschien niet ons gewenste, ideale dak. De vluchtelingen, die nu aan onze poort kloppen, hebben letterlijk niet veel meer dan de kleren die zij aanhebben en de schoenen aan hun voeten. Probeert u zich een enkel ogenblik voor te stellen, in die schoenen te staan. Het enige wat wij dan kunnen doen, is samen met elkaar de schouders eronder zetten.

Jan Kottelenberg, jullie burgemeester