Het oorlogsrelaas van de omgekomen bemanning Halifax

Een aantal leden van de bemanning van de bommenwerper Halifax Mk III, (serienummer MZ715, code KN-Z) van 77 Squadron RAF, is in 1944 begraven in Dodewaard en Uden.

Inleiding

Als sinds vele jaren brengt het gemeentebestuur en het Comité 4 mei Dodewaard op 4 mei, de dag van Dodenherdenking, een bezoek aan de begraafplaats aan de Kalkestraat; zij leggen bloemen en houden twee minuten stilte bij de oorlogsgraven van de twee Engelse en twee Australische gesneuvelde militairen. Het is een eerbetoon en teken van respect voor al hetgeen deze militairen - ver van huis - voor de bevrijding van ons land hebben gedaan.

Ieder jaar weer werd - na het leggen van bloemen en een moment van stilte - de vraag gesteld: wie waren deze jongemannen, wat was hun taak, wat hebben zij meegemaakt, kortom wat is hun geschiedenis?

Nader onderzoek

Het Comité 4 mei Dodewaard heeft in de afgelopen maanden, in samenwerking met de gemeente maar vooral met de heer Toon Verbakel van de Stichting Oorlogskerkhof Uden, een onderzoek gedaan naar de Australische oorlogsgraven en de laatste vlucht van de vliegtuigbemanning die uit Britse en Australische nationaliteiten bestond. Uit respect voor deze mannen wil het Comité hun lotgevallen aan alle belangstellenden kenbaar maken.

Vele documenten

Dankzij de oorlogsrapporten, de vele publicaties van studiegroepen, veteranen en instanties op internet, kan na het nodige zoekwerk en het leggen van verbanden en contacten bijna in detail worden gereconstrueerd wat zich op die noodlottige 16/17 juni 1944 boven Dodewaard en Ochten met de Halifax715 - bommenwerper, serienummer MZ715, code KN-Z en zijn zevenkoppige Britse - Australische bemanning heeft afgespeeld.

Eén verhaal

Na 70 jaar is de fatale oorlogsgebeurtenis van deze bemanning en hun Halifax MZ715 waarvan tot nu toe de vastlegging van feiten en gebeurtenissen over diverse berichten en rapporten was verspreid – worden samengevoegd - tot één verhaal. Lees hier meer over het onderzoek naar de Halifax.

De Halifax

Om de gebeurtenissen van de omgekomen bemanning beter te kunnen begrijpen is het noodzakelijk allereerst een beschrijving van hun vliegtuig te geven.


De bemanning vloog een Halifax-bommenwerper. Een zwaar viermotorig vliegtuig met een lengte van ongeveer 22 meter, een spanwijdte van 30 meter en een hoogte van ruim 6 meter dat qua grootte is te vergelijken met het twee jaar geleden neergestorte Turkse passagiersvliegtuig nabij Schiphol. De kruissnelheid bedroeg 346 km en de top 454 km per uur. De mee te voeren bommenlast 6600 kg. Het was dus een groot zwaar vliegtuig met een zevenkoppige bemanning, waarvan de taken over de navolgende functies waren verdeeld: piloot, boordwerktuigkundige, navigator/bommenrichter, telegrafist, front- rug- en staartschutter. Bij speciale missies week de samenstelling van de bemanning hiervan af.
De belangrijkste taak van de Halifax in de Tweede Wereldoorlog was het uitschakelen van de Duitse oorlogsindustrie dmv bombardementen.

Maar wat gebeurde er op 16/17 juni 1944?

Aanvalsmacht

Op vrijdag 16 juni 1944 was de Halifax715 met zijn Britse en Australische bemanning om 23.25 uur (Britse tijd) opgestegen van het vliegveld Full Sutton, Yorkshire in Engeland. Het toestel behoorde tot 77 Squadron RAF en maakte deel uit van een aanvalsmacht bestaande uit 162 Halifaxes, 147 Lancasters en 12 Mosquito’s van de RAF-bommenwerpersgroepen nrs 1, 3, 6 en 8.

Zij vertrokken van meerdere vliegvelden. De aanvalsmissie was gericht op de synthetische benzinefabriek Fisher Tropsch gelegen in Sterkrade, nabij Bocholt in het Ruhrgebied. Deze belangrijke olie-industrie produceerde 10.000 ton benzine per maand waarmee het front in Frankrijk werd bevoorraad.

De invasie in Normandië was toen nog maar enkele dagen oud en hoewel alle luchtsteun voor het front was ingezet vond het Bomber Command het toch noodzakelijk het complex aan te vallen om de benzinebevoorrading aan de Duitse troepen in Frankrijk te reduceren.

De bemanning

De bemanning van de Halifax MZ715 bestond uit:

  • Crain, Alan, RAAF, Pilot Officer, piloot, 21 jaar oud;
  • Davies, Trevor, RAF, Flying Officer, navigator, leeftijd niet bekend;
  • Gledhill, Victor, RAF, Sergeant, boordwerktuigkundige, 19 jaar oud;
  • Owen, A., RAF, Warrant Officer, boordtelegrafist, leeftijd niet bekend;
  • Braid, Alexander, RAAF, Warrant Officer, boordschutter, 26 jaar oud;
  • Burns, Alfred, RAAF, Flight Sergeant, boordschutter, 21 jaar oud;
  • Tiernan, Patrick, RAAF, Flight Sergeant, boordschutter, 29 jaar oud.

De aanvalsmacht benaderde het doel in twee golven waarvan een ten noorden en de ander ten zuiden van Rotterdam vloog. Aanvankelijk verwarde deze tactiek de vijand.

Het was die dag slecht weer, dikke wolken bedekten niet alleen de gehele route maar ook het doel. De doelmarkeringen van zgn. Pathfinders gaven slechts een flauw licht door de dichte wolken en waren later helemaal niet meer te zien. De installaties lagen ver uit elkaar en eerdere bombardementen hadden weinig effect op de productie kunnen uitrichten. In feite vereiste dit type doel een precisiebombardement om effectief te kunnen zijn.

De geallieerde luchtmacht kon slechts weinig doen en bombardeerde door de dichte wolken bij afnemende gloed van de markeerders het doel. Het bombardement was echter te verspreid en had zoals later bleek weinig effect op de productie. 21 Duitsers en zes buitenlandse arbeiders werden gedood en achttien huizen verwoest. Uit gemaakte verkenningsfoto´s bleek later dat toch negen units van de fabriek waren verwoest.

Luchtbaken

Ongelukkigerwijs moest de geallieerde bommenwerpervloot een Duits luchtbaken bij Bocholt passeren, niet ver van Sterkrade. En juist die nacht had de Duitse gevechtsleider dat baken gekozen voor verzamelpunt voor zijn luchtverdedigers. Deze nachtjagers waren op diverse vliegvelden gestationeerd, maar hielden zich in afwachting van nadere bevelen op in de omgeving van dit punt.

En dit had grote gevolgen. Want de geallieerde verliezen waren desastreus.

Ongeveer 21 vliegtuigen werden neergeschoten door jagers en tien door FLAK. (luchtdoelartillerie). Van de verloren vliegtuigen waren er 22 Halifaxes. Het 77 Squadron RAF verloor zeven van haar 23 Halifaxes. De gehele Halifax verliezen bedroegen 13,6 % van de 162 Halifax die aan de aanval deelnamen.
De luchtaanval was uitgelopen op de meest rampzalige gebeurtenis uit de geschiedenis van het 77 Squadron.

Neergeschoten boven Betuwe

De bemanning van de HalifaxMZ715 heeft de hel boven Sterkrade overleefd en de terugvlucht naar de thuisbasis kunnen inzetten maar boven de Betuwe is het vliegtuig in de vroege morgen om 4.10 uur waarschijnlijk onderschept en beschoten door een Duitse nachtjager afkomstig van het Duitse Fliegerhorst Venlo met Oberlt. Greiner als piloot en in de lucht geëxplodeerd.

De wrakstukken en de stoffelijke overschotten lagen verspreid over een gebied van Dodewaard tot Ochten. In de rapporten wordt ook de Bonegraafseweg vermeld. Eén Brits bemanningslid de telegrafist A. Owen overleefde de explosie en werd krijgsgevangene genomen. Na opname in een hospitaal werd hij geïnterneerd in kamp Bankau bij Kreulberg in Opper-Silezië en in 1945 bevrijd.

Vier omgekomen bemanningsleden werden op 20 juni 1944 door de Duitsers met militaire eer begraven op het Gemeentelijk oorlogskerkhof in Uden (graven: 5.C. 6 t/m 9) waar meer gesneuvelde geallieerden naar toe werden gebracht.

   

Thans het officiële Britse oorlogskerkhof Uden waar 703 geallieerden hun laatste rustplaats hebben gekregen.

Twee bemanningsleden, de boordschutters Alfred John Burns en Patrick Edward Thomas Tiernan, werden later gevonden. De aanwezige Duitse onderofficier van de wacht heeft bij beiden Australiërs geen herkenningsplaatjes kunnen vinden. Wel op één lichaam een drietal foto’s, die zijn doorgestuurd naar het Rode Kruis. Het op het uniformjas in ronde vorm genaaide embleem met de naam Burns is door de Duitse wacht ingenomen. De omgekomen militairen zijn op 24 juni 1944 begraven op de algemene begraafplaats in Dodewaard (graven nabij het oude baarhuisje).

Op dezelfde dag stortte nog een Halifax van het 77 Squadron neer in de gemeente Buren die eveneens had deelgenomen aan de raid op Sterkrade en verder te Amstelveen, Berkel, Sint Oedenrode en een in de Noordzee.

De fatale oorlogsgebeurtenis van de Britse Australische bemanning van HalifaxMZ715 is hiermee na zoveel jaar in zijn geheel in beeld gebracht. Dat doet recht aan de in Dodewaard en Uden begraven vliegeniers die ver van huis de hoogste prijs - hun leven - voor onze vrijheid hebben betaald.

Dodewaard, april 2011

Comité 4 mei Dodewaard
C.J.M. van Meer, vz.

Dit gereconstrueerde verhaal kwam tot stand door samenwerking van het Comité 4 mei Dodewaard en de heer Toon Verbakel van de Stichitng Oorlogskerkhof Uden. Uit respect voor deze Britse en Australische mannen wil het Comité hun lotgevallen aan alle belangstellenden kenbaar maken.

Nawoord

Van de twee onbekende Britse landmachtmilitairen die in Dodewaard zijn begraven zijn in de afgelopen jaren geen gegevens meer bekend geworden. Hun identiteit blijft beperkt zoals nog vele oorlogsgraven in West Europa tot 'Unknown soldiers' maar waarvan ook vaak de mooie graftekst luidt: 'Known unto God'.

Wat gebeurde er verder met de oorlogsgraven op de Dodewaardse begraafplaats?

In mei 1946 adopteert de Openbare School in Dodewaard twee Belgische graven en de Christelijke School beide Engelse graven. Merkwaardig is dat over de Australische graven niet wordt gesproken. De beide in 1944 omgekomen Belgen van de Brigade Piron zijn later overgebracht naar de begraafplaats Mortsel in België.

Op 6 oktober 1955 bericht de burgemeester van Dodewaard, de heer Ter Braak aan de zuster van Tiernan, 9 Handy Road, Westcombe Park, Blackheath SE 3, dat haar broer op de algemene begraafplaats in Dodewaard ligt begraven. Verder schrijft hij: “Wanneer u naar het gemeentehuis komt zal ik een begeleider regelen om het graf te bezoeken”. Of Miss. Tiernan daadwerkelijk een bezoek aan het graf van broer heeft gebracht is niet terug te vinden.

Twee dames

Dit jaar werd nog vernomen dat 20 à 25 jaar geleden de Dodewaardse buschauffeur G. van Doorn twee Engels sprekende dames ontmoette op het busstation in Arnhem. Zij informeerden naar vervoer richting Dodewaard omdat zij de begraafplaats wilden bezoeken. Ongetwijfeld moeten deze dames verwanten van Burns of Tiernan zijn geweest omdat dit de enige bekende Australische graven in Dodewaard zijn.

In 1997 is door het bestuur van de voormalige gemeente Dodewaard nog een poging ondernomen om meer informatie te krijgen over de twee in Dodewaard begraven Australische militairen maar dit heeft geen resultaat opgeleverd.