Oorlog en monumenten in Dodewaard

Monument Pluimenburgsestraat

Op de hoek van de Pluimenburgsestraat en de P.A. Cornethof staat het herdenkingsmonument voor de twaalf omgekomen dorpsgenoten, de drie inwoners die bij politionele acties in het toenmalige Nederlands-Indië zijn gevallen en de geallieerde strijders en bevrijders.

Monument aan de Pluimenburgsestraat in Dodewaard.

Symboliek

Dit monument is onthuld op 2 mei 1990 en bestaat uit een achterwand waartegen een zuil is opgebouwd, die symbool staat voor de samenleving van Dodewaard. De zuil is uitgevoerd in donkerrode en rode baksteen, onderbroken door een driehoek van zwarte baksteen. Daarmee is uitgebeeld van beneden naar boven: de vooroorlogse vrijheid, de bezetting en evacuatie, het opkomend verzet en de politionele acties en tenslotte het herstel en de wederopbouw.

Monument met namen van omgekomen dorpsgenoten.

Het monument wordt al jaren zorgvuldig onderhouden door het Comité 4 en 5 mei Dodewaard. Eerst door de heer Van Tintelen en sinds de laatste jaren door de heer Kasper Van Doorn.

Sporen van de oorlog op de begraafplaats aan de Kalkestraat.

 

De oorlogsgraven van de Australische vliegers Alfred Burns en Patrick Tiernan

Graven van de Oorlogsgravenstichting.

Elk jaar leggen schoolkinderen, het gemeentebestuur en het Comité 4 mei Dodewaard op 4 mei tijdens  Dodenherdenking, een bezoek aan de begraafplaats aan de Kalkestraat; zij leggen bloemen en houden twee minuten stilte bij de oorlogsgraven van de twee Engelse en twee Australische gesneuvelde militairen. Het is een eerbetoon en teken van respect voor al hetgeen deze militairen –ver van huis- voor de bevrijding van ons land hebben gedaan.

Het Comité 4 mei Dodewaard heeft in de periode 2010-2013, in samenwerking met de gemeente maar vooral met de heer Toon Verbakel van de Stichting Oorlogskerkhof Uden, een onderzoek gedaan naar de Australische oorlogsgraven en de laatste vlucht van de vliegtuigbemanning die uit Britse en Australische nationaliteiten bestond. Dankzij de oorlogsrapporten, de vele publicaties van studiegroepen, veteranen en instanties op internet, kan na het nodige zoekwerk en het leggen van verbanden en contacten bijna in detail worden gereconstrueerd wat zich op die noodlottige 16/17 juni 1944 boven Dodewaard en Ochten met de Halifax715 en zijn zevenkoppige bemanning heeft afgespeeld.

De bemanningsleden van de Halifax MZ 715:

  • Crain, Alan Irvine, RAAF, Piloot (Pilot Officer), 21 jaar, begraven in Uden;
  • Davies, Trevor Rhys, RAF, Navigator (Flying Officer), leeft?d onbekend, begraven in Uden;
  • Owen, A. J., RAF, Boordtelegrafist (Warrant Officer), leeftijd onbekend, overlevende;
  • Braid, Alexander Albert, RAAF, Bommenrichter/Boordschutter, (Warrant Officer), 26 jaar, begraven in Uden;
  • Gledhill, Victor, RAF, Boordwerktuigkundige (Flight Sergeant), 19 jaar, begraven in Uden;
  • Burns, Alfred John, RAAF, Boordschutter (Flight Sergeant), 21 jaar, begraven in Dodewaard;
  • Tiernan, Patrick Edward Thomas, RAAF, Boordschutter (Flight Sergeant), 29 jaar, begraven in Dodewaard.

In 2011.

Herdenking met kinderen bij de graven van Patick en Alfred.
Bij de kranslegging op 4 mei 2011 vroeg burgemeester Veerhoek aan de schoolkinderen in Dodewaard : “Wie waren deze jongens eigenlijk?”  en hij wees op de twee witte grafstenen. “Zou het niet mooi zijn als we, behalve de namen, ook de gezichten zouden kennen van Patrick Tiernan en Alfred Burns? Zouden er nog nabestaanden zijn en zouden zij een foto hebben?”

Met deze opdracht gaat het 4 mei comité in Dodewaard in 2011 aan de slag. Een zoektocht op internet en diverse andere kanalen leidt, na twee jaren, naar de familieleden van zowel Patrick als Alfred in Australië. Er zijn foto’s!

In 2014

De geschiedenis krijgt, 70 jaren na de crash, een vervolg dat uitmondt in de komst van een Australische delegatie naar Dodewaard in mei 2014.

Familieleden uit Brisbane en Sydney, studenten, veteranen en de burgemeester uit Murgon/South Burnett, ondernemen de lange reis naar Dodewaard. Een bijzondere herdenking maakt bij de delegatie, de inwoners van Dodewaard en de comitéleden veel emoties los.

In de hal van het gemeentehuis wordt het gevonden propellerdeel onthuld. De families Burns en Tiernan schenken een plaquette voor naast de medailles die ze eerder stuurden van Patrick en Alfred.

In Dodewaard vindt een indrukwekkende herdenking plaats waarbij een nieuw monument tegenover de graven van Patrick Tiernan en Alfred Burns wordt onthuld.

Herdening op 3 mei 2014 in Dodewaard

Monument tegenover de graven van de Australische vliegers Alfred Burns en Patrick Tiernan op de begraafplaats aan de Kalkestraat in Dodewaard.

Monument begraafplaats Dodewaard

De drie propellerbladen zijn een eenheid. In het rechte blad zijn de woorden gestanst:

Though their lives ebbed away in our soil
They will forever live in our memories.


Hun leven eindigde in onze aarde
Voor altijd leven zij in onze herinnering.

Achter de woorden ‘their lives’ en ‘our memories’ is een roestvrijstalen achtergrond dus deze woorden ‘roesten niet’ maar zijn zilverkleurig. De staande propeller staat en wijst. Symboliseert de heldendaad van de Australiërs Patrick Tiernan en Alfred Burns en hun medebemanningsleden Crain, Davies, Owen, Braid en Gledhill. Hun daad die nog al die jaren overeind staat voor wat ze hebben gedaan voor de vrijheid (wijst). Ook duidt het op de gevonden propeller die nu in het gemeentehuis staat en een ‘getuige’ is, een tastbaar bewijs. De andere twee propellerbladen symboliseren hun levens die wegvloeiden in de aarde. De twee ‘echte’ propellers  ontbraken bij de vondst. De metalen propellerbladen van het gedenkmonument zijn schaduwen van het gevonden propellerblad.

Het gedenkmonument is gemaakt van cortenstaal. De bovenlaag erodeert en beschermt de onderlaag. Enerzijds staat de roestkleur voor ingetogen en ruw: het leven. Anderszins lijken de daden van de twee omgekomen ‘flight sergeants’ als fragiel: de bloem, en als een zeer kleine bijdrage aan iets groters. Zij vochten tegen een oorlog waarvan ze de uitkomst nooit hebben gezien maar waardoor zij hoopten dat hun daden vrijheid zouden brengen. Onder die laag is hard staal. Het is massief en blijft voor altijd. Zo ook hun daden en wie zij zijn en hun verhaal. Het hart is het contrast: een ‘stalen bloem’. Ogenschijnlijk

weerspreekt dit elkaar: staal en een bloem. Het hart van vrijheid is kwetsbaar zoals een bloem. Oorlog is hard en verscheurt. Het mooie van ‘vechten voor vrijheid’ is dat het samenbindt. De bloem verbindt de drie propellers. Zo heeft de oorlog de twee families, Burns en Tiernan, verbonden met Dodewaard.

a drie dagen wordt afscheid genomen met de woorden: “Wat wij gezien hebben in de Betuwe heeft veel indruk gemaakt, wij zouden jullie ooit graag iets van Australië laten zien.”

 

Een droevig vervolg

Philomene Tiernan bij het graf van haar neef Patrick. 3 mei 2014.

Als de delegatie weer in Australië teruggekeerd is, worden zij en wij kort daarna opgeschrikt door de vliegramp op 17 juli met de MH17 boven Oekraïne. Aan boord van dit vliegtuig bevindt zich zuster Philomene Tiernan.

Zij heeft, na haar bezoek aan Nederland, haar reis voortgezet door Europa, waar zij nog een aantal congregaties van het Heilig Hart bezoekt waartoe zij als non behoorde.

Haar terugreis wordt haar laatste reis. Zij zal niet meer terugkeren in haar geliefde Australië. Dit verlies raakt ons allen diep. Het werpt een schaduw over de bijzondere dagen die we mochten beleven.

Wie had kunnen denken dat zij, die kwam om haar oom te gedenken die door oorlogsgeweld om het leven kwam, zelf 70 jaar na dato hetzelfde lot zou treffen.

Als teken van onze verbondenheid wordt in de RK-kerk in Herveld en op de begraafplaats in Dodewaard in het bijzijn van familieleden afscheid van Philomene genomen.

Drie jonge neven nemen haar urn mee naar Australië. Door deze vreselijke gebeurtenis wordt de band tussen Dodewaard en Australië groter en opnieuw wordt gevraagd wanneer een bezoek uit Nederland verwacht kan worden. 

In 2015

Eind oktober 2015 is het zover. Cees en Monique van Meer, Anke en Ries Hoogakker, Paul en Annelies Struik ondernemen de lange reis naar Australië.

Een verslag.

“De reis brengt ons, na vele uren vliegen, op de luchthaven van Brisbane. Met een tijdsverschil van ruim 9 uur, een temperatuurverschil van meer dan 30 graden en  geen besef meer van ochtend of avond, beginnen we enigszins ontregeld aan ons avontuur.

Een reis langs de eindeloze oostkust toont ons een prachtig deel van Australië. De plaatjes uit de reisfolders zijn niet gefotoshopt, het is allemaal echt!  De regenwouden, de droge vlaktes, de blauwe oceaan en hier en daar een kangoeroe, doen je beseffen dat je ver van huis bent. In een huurauto links rijden vraagt constante aandacht in het verkeer, maar tegelijkertijd valt op hoe relaxt men met elkaar omgaat. Even een gebaar van “ga je gang”. Men heeft de tijd.

Als we de lange kustreis achter ons hebben arriveren we in Sydney om de familie Burns weer te ontmoeten en daarna heet de familie Tiernan ons welkom in Brisbane. Wat is het fijn om elkaar weer te zien. Zelfs familieleden uit Melbourne zijn in het vliegtuig gestapt om bij deze grote reünie te kunnen zijn. Afstanden spelen geen rol. We proberen alle namen te onthouden, maar dat valt niet mee. We zien gelijkenissen van broers en zussen, neven en nichten, maar het belangrijkste is de hartelijkheid waarmee we worden ontvangen. Zij en wij raken niet uitgepraat. De verbondenheid door de twee witte grafstenen en de lege plaats van Philomene wordt door allen gevoeld.

Groot is de verrassing als onder de gasten Gareth Owen is. De zoon van  Arthur, de enige overlevende bij de crash in Dodewaard. Gareth kent het verhaal van zijn vader, die in 2011 op 91-jarige leeftijd is overleden. Het staat opgetekend in het dagboek dat hij in de oorlogsjaren heeft bijgehouden en waarin hij nauwkeurig beschrijft wat hem is overkomen. Voor Gareth is het nog steeds moeilijk om te lezen wat zijn vader heeft moeten doorstaan.

Als laatste onderdeel volgt een dagreis per bus naar het binnenland, naar Murgon/South Burnett, het geboortedorp van Patrick.

Kranslegging door leden van het Comit? 4 mei Dodewaard bij het monument in South Burnett/Murgon in Australi?..

Samen met de veteranen leggen we bloemen bij het oorlogsmonument en ook hier is de ontvangst allerhartelijkst. Na het volkslied van Australië zingen wij met 6 man het Wilhelmus. Heel bijzonder zo ver van huis, het geeft je kippenvel.

Als cadeau ontvangen we een prachtig boek met de geschiedenis van Patrick Tiernan opgetekend door Liz Caffery. Tot slot zingen we met elkaar in een grote kring ten afscheid het alom bekende volksliedje  “Waltzing Mathilda”. 

Bank van Neder-Betuwe voor gemeente South Burnett in Australi´┐Ż.

Namens de gemeente Neder-Betuwe bieden wij een mooie houten bank aan met inscriptie. Op de foto links zitten we daarop. (Vanaf links: Ries Hoogakker, Cees van Meer, burgemeester Wayne Kratzmann en Paul Struik).

We zijn verwend met waardevolle indrukken.

Australië, een immens groot werelddeel waar wij een stukje van hebben mogen zien.

Een reis om nooit te vergeten.”