Jonge steentijd

Op kleine schaal gingen de bewoners over tot ontginning. Ze kapten bomen en struikgewas en op kleine schaal kwam de akkerbouw en de veeteelt op gang. Dit tijdvak wordt de jonge steentijd genoemd.

De gereedschappen die deze bewoners gebruikten, werden gemaakt van vuursteen. Dit is een harde (vaak) bruine glanzende natuursteen die zich goed liet bewerken en bij vakkundig kloven vlijmscherpe schilfers opleverde. Vuursteen ‘knollen’ werden verzameld in droge rivierbeddingen en op de hoge stuwwallen van de huidige Veluwezoom en Utrechtse Heuvelrug.

De scherpe schilfers werden gebruikt als pijlpunten, speerpunten, bijlen, messen en krabbers. Met deze primitieve gereedschappen wisten deze eerste mensen in ons gebied zich te handhaven. Het waren werktuigen in het dagelijks bestaan en wapens bij de jacht op het veelvuldige wild dat hier toen voorkwam.