Bewoningssporen

'De Delle' gelegen tussen de Parallelweg en de Tielsestraat is een oude ‘in een del’ gelegen rivierbedding. Aan de oevers hiervan vinden we bewoningssporen uit zowel de IJzertijd als de Romeinse tijd. Het verhaal gaat dat daar in het begin van de 20e eeuw ooit een Romeins anker zou zijn gevonden. Dit kan er dan op wijzen dat deze rivierarm in de Romeinse tijd gebruikt werd voor scheepvaart.

Achter ‘Boom en vrucht’ kwam in de jaren tachtig een boerderijplattegrond uit de Inheems Romeinse tijd te voorschijn, dus van rondom het begin van de jaartelling. Bij die gelegenheid werden veel scherven gevonden en de plattegrond kon door de leden van de Historische Kring worden opgemeten en getekend.

De smid van Aalst

Zuidelijk van de Broekdijk ligt een gebied dat ‘De Peppelenwoerd’ wordt genoemd. Geurt Jan Brenkman uit lienden, beter bekend als ‘de smid van Aalst’, schrijft omstreeks 1890 in zijn schriftjes dat deze woerd in dat jaar wordt afgegraven. De zwarte woerdgrond was bijzonder vruchtbaar en bracht daardoor behoorlijk wat op.

Bij het afgraven van de grond werden zware Tufsteen-funderingen van een gebouw gevonden. Deze Tuf was waardevol en de stenen werden naar Nijmegen verkocht om deze tot cement te laten vermalen. We zullen daarom wel nooit weten wat dit voor gebouw is geweest. Wel mogen we voor zeker aannemen dat het uit de Romeinse tijd gedateerd zal zijn. Ook vandaag nog vinden we in de boomkwekerij ter plaatse potscherven uit de Inheems-Romeinse periode.

De Hoge Woerd

Bij het splitsingspunt van de Cuneraweg met de Rijksweg A15 lag tot op het terrein van de voormalige veiling ‘De Hoge Woerd’. Dit was een omvangrijk hooggelegen terrein waarin bijzonder veel archeologisch materiaal was te vinden.

Brenkman

Reeds in 1916 werd daar ter plaatse een officieel archeologisch onderzoek uitgevoerd onder leiding van het Rijksmuseum van Oudheden uit Leiden. De motor achter deze opgraving was ook hier Geurt Jan Brenkman. Hij kende het gebied van buiten en herkende het schervenmateriaal en de gebruiksvoorwerpen die de mensen uit de buurt daar ‘naar boven haalden’ en bij hem onder de aandacht brachten.

Van Brenkman wordt verteld dat hij met de professoren uit Leiden bij het Ambtshuis in Kesteren uit eten ging. Bij die maaltijden werd natuurlijk volop gepraat over de opgravingen en hetgeen er werd gevonden. Op een gegeven moment merkte een van de hooggeleerden op dat Brenkman helemaal niet at. Hierop reageerde hij met de uitspraak dat hij nu de gelegenheid had om te praten met deze wetenschappers en dat eten altijd nog wel zou kunnen.

Ook bij de aanleg van Rijksweg A15 en later bij de aanleg van de Betuwelijn werd de grond van de hoge woerd diep doorgraven. Daarbij kwam wederom zeer veel archeologisch materiaal uit de IJzertijd en de Romeinse tijd boven.

Kesteren

Het dorp Kesteren ontleent zijn naam aan het Romeinse Castrum. In de buurt van het dorp heeft in de Romeinse tijd zo tussen het jaar 70 tot 270 na het begin van de jaartelling een Romeins grensfort gestaan.

Waar het precies stond is onbekend, maar algemeen wordt aangenomen dat het bouwwerk ergens in de Mars lag. De burgerlijke nederzetting, ook wel vicus genoemd, lag op de plaats waar zich het oude dorpscentrum bevindt. Het daarbij behorende grafveld lag even ten noordwesten van de vicus op de Prinsenhof.

Crematiegraven

In 1967 werden bij de aanvang van de bouwwerkzaamheden van deze woonwijk graafwerkzaamheden verricht en daarbij werden bij toeval een aantal crematiegraven ontdekt.

Leden van de Historische kring gingen aan de slag en in korte tijd werden er tientallen graven geborgen. Veel graven hadden fraaie bijgiften zoals aardewerk, fibula (jasspelden) en soms muntjes. Na korte tijd nam de Rijksdienst voor bodemonderzoek de graafactiviteiten over en een compleet Romeins grafveld  werd daarbij blootgelegd. Alle graven zijn beschreven en daaruit blijkt dat het een militair grafveld was. Het geborgen vaatwerk is in hoofdzaak Romeins import aardewerk. Van inheemse invloed bleek nauwelijks sprake.

IJzendoorn

Gelijk de rivierarm tussen Opheusden en Kesteren lag er ook een rivierarm tussen IJzendoorn via Echteld in de richting van het Ommerenseveld. Bij het verlanden van deze rivier kwam naast de oude bedding een weg in gebruik. Dit is de latere Keizerstraat  deels langs de Wijenburgsestraat naar de Medelsestraat en zo verder naar het noordwesten.

Ook deze oude rivierloop zette een hoge oeverwal af waarop in de préhistorie de mensen woonden. In IJzendoorn is de bekendste plaats ‘De Woerd’ gelegen even ten noorden van de Keizerstraat. Deze woerd is een langwerpige hoogte waarop nog heel veel materiaal uit de IJzertijd en uit de Romeinse tijd is te vinden. Ook liggen hier nogal veel brokken tufsteen en fragmenten van Romeinse dakpannen (Imbrex).

Villa

Het lijkt er op dat hier in de Romeinse tijd een ‘villa’ stond. Een, zoals we het vandaag zouden noemen, herenboerderij waar grootschalig gewassen werden verbouwd waarmee de Romeinse militairen werden gevoed.

Leden van de Historische kring bezoeken deze plaats veelvuldig en vinden nog steeds  bijzonder materiaal uit de Romeinse tijd.  Een belangrijke vondst was een aantal jaren geleden een groot fragment van een maalsteen die ooit werd gebruikt voor het malen van graan.

Echteld

Dit dorp is rijk aan archeologische vindplaatsen. In de omgeving van ‘Den Hul’ liggen een aantal kleinere vindplaatsen. Naast Romeins vinden we hier ook inheems materiaal uit de late IJzertijd en van eeuwen na het begin van de jaartelling. Ook deze archeologische complexen zijn gelegen op de hierboven genoemde oeverwal.

Het centrum van het dorp Echteld lijkt op een hoog eiland. Een zandige opduiking, aanzienlijk hoger dan de rest van de omgeving. Ingesneden in dit eiland liggen de grachten die het kasteel de Wijenburg omringen. Kasteel en kerk zijn op het hoogste punt gelegen. Verondersteld wordt dat hier ter plaatse in de préhistorie een heidens heiligdom stond.

Kerstening

Bij de kerstening in de 8e eeuw is op die plaats de eerste christelijke gebedsplaats  gebouwd. Op dezelfde plaats ontstond rondom het jaar 1000 de basis van de huidige kerk. Even ten westen van de kerk aan de Ooysestraat zijn sporen te vinden van een nederzetting uit de late IJzertijd.

De Medelsestraat volgend komen we ter hoogte van het voormalige huis Medel bij een relatief hoog gebied. Ook hier vinden we een oude oeverwal waar continuïteit van bewoning was tussen de IJzertijd en de vroege middeleeuwen.

In deze omgeving liggen ook nog een aantal kleine Bronstijdnederzettingen welke aan de dag kwamen bij de recente bouwactiviteiten van het industrieterrein Medel.

Ochten en Eldik

In de directe omgeving van Ochten zijn niet zo veel archeologische vindplaatsen bekend. Onder de oude dorpskom zullen zeker oude bewoningsplaatsen te vinden zijn, maar bij de grootscheepse herbouw van het dorp in de naoorlogse jaren is er veel verloren gegaan.

Ochten is sowieso een wat moeilijker verhaal omdat hier voor de bedijkingen van omstreeks 1300 nog volop dynamiek van de Waal is geweest. De ondergrond van het dorp is poreus vanwege de vele grindbanen die de prehistorische waalactiviteiten hier hebben achtergelaten.