Wat doet de gemeenteraad?

De raad is het hoogste bestuursorgaan van de gemeente.

Hoofdtaken

De belangrijkste taken van de raad zijn:

  • kaderstelling: bepalen welke doelen de gemeente wil bereiken;
  • controle: controleren in hoeverre de afgesproken doelen behaald worden;
  • uitoefenen budgetrecht: bepalen hoeveel geld er per doel beschikbaar wordt gesteld en hoe hoog de gemeentelijke belastingen zijn;
  • benoeming bestuurders: wethouders benoemen en vertegenwoordigers van de gemeente aanwijzen;
  • besluiten nemen: tijdig weloverwogen besluiten nemen op de voorstellen die worden voorgelegd;
  • volksvertegenwoordiging: uiting geven aan democratie doordat gekozen inwoners het hoogste bestuur van de gemeente vormen.

Drie rollen

Bovengenoemde taken horen bij de drie rollen van de raad: de kaderstellende rol, de controlerende rol en de volksvertegenwoordigende rol.

Kaderstellende rol

Kaderstellend betekent dat de raad op hoofdlijnen bepaalt welk beleid de gemeente voert én welke wethouders in het college van burgemeester en wethouders worden benoemd om de hoofdlijnen te vertalen in concreet beleid.

Het college bereidt in de meeste gevallen de plannen voor. Als het gaat om belangrijke onderwerpen, geeft de raad zelf aan binnen welke kaders het college dat moet doen. Vaak gebeurt dit al in een coalitie-akkoord dat kort na de verkiezingen wordt gesloten tussen partijen die samen een meerderheid in de raad hebben. De raad geeft dus als het ware richtlijnen mee over wat er zeker wél moet gebeuren en wat beslist niet.

Voorafgaand aan elk nieuw kalenderjaar stelt de raad de begroting voor het komende jaar vast. Daarin wordt niet alleen vastgelegd hoeveel geld de gemeente mag uitgeven, maar ook aan welke doelen het geld besteed moet worden. Daarbij bepaalt de raad ook de hoogte van de gemeentelijke belastingen.

Kaderstelling vindt dus plaats vóórdat het college en de medewerkers aan de slag gaan met de uitvoering.

Controlerende rol

De controlerende rol van de raad komt aan bod tijdens of na afloop van de uitvoering van de plannen. Als er belangrijke ontwikkelingen zijn in de uitvoering, informeert het college de raad daarover. Ook stelt het college jaarlijks een document op waarin hij verantwoording aflegt over het gevoerde beleid in het afgelopen jaar. Indit jaarverslag komen de volgende vragen aan bod:

  • Hoe is het dat jaar gegaan met de financiën? Waar was sprake van meevallers en waar van overschrijdingen?
  • Maar ook: wat is er daadwerkelijk terechtgekomen van de plannen en voornemens voor dat jaar?
  • Wat is er uitgevoerd en wat niet?
  • En nog belangrijker, wat is het effect ervan?

Van raadsleden wordt verwacht dat zij niet alleen deze informatie kritisch bestuderen, maar zelf ook actief controle uitoefenen op het college. Dit kan bijvoorbeeld door mondelinge of schriftelijke vragen te stellen aan het college.

De gemeenteraad controleert en beoordeelt dus of het college zijn werk goed deed. Worden afspraken nagekomen, springt het college verantwoord met de financiën om, wordt er goed naar de bevolking geluisterd en voldoende overleg gepleegd met andere partijen, lopen processen volgens schema; dit alles houdt de raad in de gaten. De raad kan dan het college bijvoorbeeld vragen regelmatig tussenverslag te doen van de uitvoering van een project of van een bepaald beleidsprogramma.

Volksvertegenwoordigende rol

Het is belangrijk dat raadsleden als volksvertegenwoordigers hun oren te luisteren leggen in de samenleving en contacten onderhouden met inwoners en maatschappelijke organiseren. De raadsleden kunnen de signalen uit de samenleving meenemen in de debatten en de besluitvorming. Zie ook de rubriek 'Uw invloed'.