Waaraan denken wij op 4 mei? - Column burgemeester Jan Kottelenberg

Op 4 mei is het om acht uur 's avonds twee minuten stil. We horen die stilte en een enkele vogel.

Wij herdenken de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog, van de Holocaust en degenen die na die tijd omkwamen in oorlogssituaties en bij vredesmissies.

Bij ons vervlechten deze beelden zich met persoonlijke herinneringen. Over onze ouders of grootouders die de oorlog meemaakten. De mensen die in het verzet gingen. Te werk gesteld werden in Duitsland. Zij die werden vermoord in de vernietigingskampen. Zij die bezig waren met overleven. Beelden van terreur en wanhoop. Als toeschouwer voelen wij onze onmacht.

De ernst van de oorlog spiegelt zich in de vrijheid van nu. Het relativeert ons huidige ongemak. Daarom vind ik zo belangrijk dat we de Tweede Wereldoorlog blijven herdenken. Dat we ons bewust zijn van onze geschiedenis. Dat we onze eigen tijd, ons leven, kunnen vergelijken met toen.

De oorlog en de bezetting kwamen niet uit de lucht vallen. Daar ging wat aan vooraf. De oorlog en de  bezetting waren niet het werk van enkelen. Het was het werk van velen. We moeten onszelf en zeker de jonge mensen duidelijk blijven maken dat het kwaad uit een onverwachte hoek kan komen, dat het een niet verwacht gezicht kan hebben.

Omdat er steeds minder mensen zijn die de oorlog zelf hebben meegemaakt, wordt ons gesprek erover alleen maar belangrijker. Daarom hoop ik dat we samen regelmatig spreken over oorlog en vrede, over de geschiedenis. Dat we samen de herdenkingsplaatsen en musea bezoeken. Dat we onze geschiedenis kennen zodat we weten wat we herdenken. Dat we samen herdenken tijdens de twee minuten stilte op 4 mei.

Jan Kottelenberg, burgemeester

Vlag en toren