Wethouder Herma van Dijkhuizen: Zorgen én lichtpuntjes

"Als wethouder volksgezondheid en welzijn voel ik de verantwoordelijkheid om er met elkaar voor te zorgen dat deze bijzondere maanden voor iedereen behapbaar blijven."

Zorgen én lichtpuntjes

Af en toe slaat mijn hart een slag over. Als ik lees dat het aantal corona-overledenen in Nederland per dag stijgt. Als ik lees dat het aantal besmettingen stijgt. En dat terwijl we met elkaar al ruim twee weken leven met strenge richtlijnen voor sociaal contact. Met elkaar trekken we ten strijde tegen deze laffe vijand. En daar doen de meesten van ons hun best voor, om die vijand te verslaan. Het voelt raar. Juist niét meer op bezoek gaan bij de mensen van wie we zoveel houden. Afstand nemen en bij elkaar uit de buurt blijven. Even uitwaaien en dan snel weer naar huis.

Maar soms begrijp ik het niet goed, als ik met de hond in de uiterwaarden loop, bij de Veerhaven in Ochten. Dan zie ik de restanten afval liggen van de feestjes die daar zijn gevierd. Lege chipszakken, pakken drinken, blikjes en fastfoodrestanten. Ik begrijp het niet. Van dat afval al niet maar vooral: ga je daar bij elkaar zitten? Heb je dan geen opa en oma waar je van houdt? Heb je geen broer of zus of ander familielid die een zwakke gezondheid heeft? Want door wel met mensen contact te hebben kun je een bron van besmetting zijn ook al krijg je daar zelf misschien geen last van. Of denk je daar niet over na en leef je alleen voor je eigen plezier? Het is lastig om als het zonnetje schijnt en de lente begint, je in je eentje te vermaken. Het is lastig om met gezinsleden dag en nacht bij elkaar op de lip te zitten. Maar het is de enige manier waardoor we grip kunnen krijgen op de verspreiding van het coronavirus.

Ook mijn leven lijkt in de verste verte niet meer op hoe dat was. Dagelijkse werkzaamheden zijn weggevallen. Geen bezoeken aan dorpshuizen, sportverenigingen, huwelijksjubilea en nog meer. Ik word elke dag wijzer in de nieuwe wereld van digitaal werken en vergaderen. Ik houd me aan de regels door op gepaste afstand minimaal contact met mensen buiten te hebben. Ik maak me zorgen om mijn ouders waar ik van houd en die ouder en kwetsbaar zijn. Ik maak me zorgen om één van mijn kinderen die astma heeft.

En ik weet dat er veel mensen zijn die het zwaarder hebben. Ze zijn alleen en eenzaam omdat er geen bezoek meer komt. Of ze hebben kinderen thuis die extra aandacht vragen en tussendoor moeten ze ook hun eigen werk nog doen. Dat levert spanning op. Als wethouder volksgezondheid en welzijn voel ik de verantwoordelijkheid om er met elkaar voor te zorgen dat deze bijzondere maanden voor iedereen behapbaar blijven. En waar we mogelijkheden hebben zullen we als gemeente u ook steunen. Onze inwoners zijn veerkrachtig en creatief en behulpzaam. Wat gebeuren er ook in onze dorpen veel prachtige dingen. Ik zie zoveel warmte naar elkaar toe.

Ik geloof van ganser harte dat we deze bizarre maanden doorstaan en straks elkaar weer mogen omhelzen en de zomer kunnen vieren.

Herma van Dijkhuizen