Column burgemeester Kottelenberg: ‘Heb lief en doe wat je wilt’

De regels die gelden om het coronavirus te bestrijden leggen ons beperkingen op. En dat doet wat met onze vrijheid. Het is terecht onderwerp van gesprek.

Ook ons parlement en de Raad van State denken kritisch hierover mee en de onafhankelijke rechter toetst. Dat is niet zonder invloed. Dat blijkt wel uit de aanpassingen in het corona-wetswetsvoorstel - de zogenoemde noodwet – waaraan wordt gewerkt.

Vrijheid is terecht een grondrecht. Vrijheid wordt meestal omschreven of gevoeld als: het ontbreken van beperkingen bij ons doen en laten. Maar het roept ook de belangrijke vraag op: wat doen we met die vrijheid? Betekent het dat je kunt doen en laten wat je zelf wilt? Wat mij betreft is het antwoord hierop afhankelijk van wat je wilt bereiken. Als je als mens sociaal bent en rekening wilt houden met je medemens, dan is het antwoord eenvoudig.

Aan Augustinus wordt de uitspraak toegeschreven: ‘Heb lief en doe wat je wilt.’ Wat het doel van liefde is lijkt mij onnodig om uit te leggen. Liefde wil het goede voor je partner, je kinderen, je ouders en je medemens. In dat geval zou je kunnen zeggen: je mag doen wat je wilt, omdat het gericht is op die ander, op het goede.

Mijn wens is dat juist in coronatijd het gesprek gaat over zowel de beperkingen van onze vrijheid als ook over wat we met onze vrijheid doen. Welke beperkingen moeten we accepteren om als mens en samenleving te overleven? Wat accepteren we om elkaar het beste van het beste te geven? Hoe kunnen we nog beter gebruik maken van onze vrijheid in relatie tot onze medemensen? Hoe kunnen wij onze ouders of het zorgpersoneel helpen?

Ik hoop dat in het beantwoorden van die vragen veel energie gaat zitten. Het gaat ten slotte niet alleen om het bezit van de vrijheid, maar ook om wat we er mee doen.

Jan Kottelenberg,
burgemeester

Jan Kottelenberg