Neder-Betuwe rust de BOA’s uit met bodycams

Bodycams dragen bij aan een veiligere werksituatie

De buitengewoon opsporingsambtenaren (BOA’s) krijgen soms te maken met agressie en geweld op straat. De gemeente vindt dit als werkgever ongewenst en onacceptabel. BOA’s moeten veilig hun werk kunnen doen. Om hen te beschermen rust de gemeente hen vanaf 7 juli 2021 uit met bodycams.

Wat is een bodycam?

De bodycam is een draagbare camera die duidelijk zichtbaar ter hoogte van de borstkas is bevestigd op de jas van de BOA. De bodycam staat tijdens de dienst van de BOA op ‘stand-by’. Er worden doorlopend opnamen gemaakt, maar deze worden automatisch na 60 seconden gewist. Het doel van de bodycams is het vergroten van de veiligheid van de BOA’s tijdens hun diensten. De verwachting is dat door het dragen van de bodycam een veiligere werksituatie voor de BOA’s ontstaat, waardoor de BOA’s in de praktijk niet of nauwelijks echte opnamen hoeven te maken.

Wanneer wordt een opname met de bodycam gemaakt?

Als de BOA zich onveilig voelt of als hij denkt dat een situatie uit de hand loopt, kan hij een opname starten die ook echt wordt opgeslagen. De BOA waarschuwt vooraf mondeling (indien mogelijk), dat de opname wordt gestart. De opname wordt beëindigd als het incident of de dreigende situatie voorbij is. De beelden worden 72 uur bewaard en daarna automatisch gewist.

Wat doet de gemeente met de gemaakte opname?

De meeste opnamen worden na 60 seconden gewist (stand-by-opnamen), bij incidenten en bedreigende situaties worden de opnamen na 72 uur gewist. Bij aangifte bij de politie, vordering van de beelden door politie of justitie of als een betrokkene een verzoek tot inzage heeft gedaan kan de opname langer worden bewaard.

Mag de gemeente opnamen maken?

Ja, dat mag. De BOA’s zijn speciaal getraind voor het gebruik van de bodycams en er zijn werkafspraken opgesteld. Ook zijn er richtlijnen om de privacy van inwoners en medewerkers te waarborgen. De gemeente zet de bodycams in vanuit haar rol als werkgever met als doel de veiligheid voor de werknemers te vergroten. De grondslag voor verwerking van persoonsgegevens is dan artikel 6 lid 1 onder f van de AVG: ‘gerechtvaardigd belang’.