Avri wil leren van het project ‘omgekeerd inzamelen’

Nieuwsbericht van Avri van 28 mei 2020

In 2019 heeft Avri namens de 8 deelnemende gemeenten in Rivierenland het omgekeerd inzamelen van afval ingevoerd. De regionale doelstellingen van het omgekeerd inzamelen zijn ruimschoots bereikt. De invoering van het nieuwe systeem is niet zonder slag of stoot verlopen. Daarom heeft het Algemeen Bestuur in 2019 al voor de afronding van het project, een onafhankelijk bureau de opdracht gegeven om de voorbereiding van het project vanaf beleidsvorming tot de uitvoering, te evalueren. Lering trekken voor de toekomst, staat groot op het vizier. Avri heeft de conclusies van het rapport niet afgewacht en zelf al een aantal zaken opgepakt. Het Algemeen Bestuur van Avri besluit op 9 juli 2020 over het rapport evaluatie ‘Omgekeerd inzamelen’.

Joost Reus, voorzitter Dagelijks Bestuur Avri: “We omarmen de conclusies en aanbevelingen van het evaluatierapport. Centraal daarin staan ‘draagvlak’ en ‘rolduidelijkheid’. Ook zijn er specifieke leerpunten benoemd zowel voor het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur als de Avri-organisatie. We nemen deze leerpunten ter harte en zijn al gestart met het doorvoeren van een aantal verbeterpunten. Tegelijkertijd zien we ook dat de medewerkers van Avri onder grote druk, een enorme prestatie hebben geleverd om het omgekeerd inzamelen te realiseren. Het regionale doel, 75 kg restafval per huishouden per jaar, hebben we ruimschoots gehaald. Want daar is het allemaal om begonnen: het omgekeerd inzamelen en scheiden van grondstoffen, is in het belang van het milieu van Rivierenland, onze eigen toekomst en die van volgende generaties”.

Rolduidelijkheid en draagvlak

De onderzoekers constateren dat de rolopvatting van het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur, de ambtelijk organisatie van Avri en de wijze van besluitvorming, het project parten hebben gespeeld. Ook het onvoldoende projectmatig aanpakken van zaken in de voorbereiding en het ontbreken van een strategische afweging van communicatie en participatie van het project ( gemeenten, raden, inwoners) hebben een belangrijke rol gespeeld in het verloop van het project. Hierdoor kon het gebeuren dat er niet of onvoldoende werd gestuurd op proces, resultaat, randvoorwaarden en draagvlak. De onderzoekers constateren ook dat er in de eindfase van het project al meer en meer op resultaat, proces en beheersfactoren is gestuurd met als gevolg dat het project financieel is afgerond conform de € 10,8 miljoen die vooraf in de Bestuursrapportage 2019 was voorzien.

Al gestart met doorvoeren van verbeterpunten

Het Dagelijks Bestuur en de directie van Avri hebben de conclusies van het rapport niet afgewacht en hebben zelf al een aantal zaken opgepakt. Zo is al begin dit jaar een organisatie-ontwikkelingstraject gestart waarbij sturing centraal staat. Joost Reus: “Oog voor draagvlak en elkaars rollen. Als we dat met elkaar bewaken en erop toezien dat de driehoek (van bestuurlijk opdrachtgever, ambtelijk opdrachtgever en opdrachtnemer) het proces stap voor stap monitort, dan kunnen zij tijdig aangeven wat wel en niet haalbaar is binnen de randvoorwaarden”. Ook zijn het Dagelijks Bestuur en directie er van doordrongen dat een uitvoeringsorganisatie als Avri - met alle belangrijke beleidsopgaven die haar nog te wachten staan op het gebied van duurzaamheid en circulariteit - ook moet investeren in denkkracht, politiek-maatschappelijke draagvlak en in strategische(r) communicatie.

Het project ‘omgekeerd inzamelen’

Het Algemeen Bestuur (AB) van Gemeenschappelijke Regeling (GR) Avri heeft op 13 oktober 2016 de Regionale Visie Afval en Grondstoffen 2017-2020 vastgesteld. Hiermee committeren de 8 deelnemende gemeenten van Avri zich aan de regionale doelstelling om in 2020 niet meer dan 75 kg restafval per huishouden per jaar te produceren. Voor het behalen van deze doelstelling, heeft het Algemeen Bestuur besloten dat inwoners met uitzondering in het buitengebied, het restafval voortaan wegbrengen naar een ondergrondse container waarvoor zij betalen. Na voorbereidingen in 2017 en 2018 is dit systeem medio 2019 ingevoerd.