Dalende marktprijzen zorgen voor verdere stijging afvalstoffenheffing in 2021

Financiële reserves van Avri uitgeput

(Persbericht Avri van 16 april 2020)

Het Dagelijks Bestuur van Avri heeft de begroting voor 2021 voorgelegd aan de gemeenteraden van de 8 deelnemende Avri-gemeenten. Voor komend jaar stelt zij voor de afvalstoffenheffing vast te stellen op €297 per huishouden: via de belastingaanslag van de BSR €270 euro (basistarief), en gemiddeld €27 euro (variabel tarief) via de aanbiedingen restafval. Hiermee komt de afvalstoffenheffing voor het eerst uit boven het niveau van 2010.

De belangrijkste oorzaak van deze stijging zijn de dalende marktprijzen van de diverse grondstofstromen die al enige jaren onder druk staan. Verwerkers van grondstoffen stellen steeds strengere kwaliteitseisen en de vergoedingen die Avri voor grondstoffen ontvangt, blijven dalen. Deze trend en de verhoging van de Rijksbelasting op restafval is ook in de rest van Nederland zichtbaar. Dit zorgt voor meer kosten waardoor een verhoging van de afvalstoffenheffing onontkoombaar is. Tegelijkertijd zijn er de afgelopen jaren goede resultaten bereikt met het scheiden van afval en grondstoffen door inwoners. Het Dagelijks Bestuur van Avri stelt voor het tarief voor het aanbieden van elke 30 liter restafvalzak te verlagen van € 1,20 naar € 1.

Markttarieven dalen: meer grip op de tariefontwikkeling en structurele maatregelen noodzakelijk

Joost Reus, bestuursvoorzitter Avri: “Om grip op de tariefontwikkeling te krijgen, gaan we structurele maatregelen nemen. Denk aan een extra verwerkingsslag om meer toegevoegde waarde aan grondstofstromen toe te voegen, in plaats van rechtstreeks aanbieden bij een verwerker. Verder willen we inwoners blijven helpen om goed hun afval en grondstoffen te scheiden, zodat we minder vervuiling krijgen en de grondstoffen meer opleveren. Het is immers zuur voor inwoners die goed hun afval en grondstoffen scheiden, dat zij nu weer met een stijging van de afvalstoffenheffing worden geconfronteerd”.

Avri start daarom een strategische verkenning om grip op de tariefontwikkeling te krijgen. Hierbij kan gedacht worden aan het extra sorteren van ingezamelde grondstoffen, samenwerken met (regionale) partners en deelname of investeringen in verwerkingscapaciteit. Op deze manier kan Avri als brede maatschappelijke dienstverlener zich ook in de toekomst voor en met de regio blijven inzetten voor een schoon Rivierenland.

Lager tarief per 30 liter restafvalzak per huishouden, hoger basistarief

De meerderheid van de inwoners van Rivierenland doet het afval- en grondstoffen scheiden erg goed. De hoeveelheid restafval is de afgelopen jaren dan ook fors gereduceerd: van 126 kg per jaar per inwoner in 2018  
naar 77 kg eind 2019. En gemiddeld voor heel 2019 100 kg per inwoner. Hierdoor lopen de Avri-gemeenten voor op de landelijke ontwikkeling en willen zij zich nu vooral gaan richten op het behoud van de kwaliteit van de ingezamelde grondstoffen. Om het afvaltoerisme en de vervuiling van grondstoffen te verminderen, wordt het tarief voor het aanbieden van elke 30 liter restafvalzak verlaagd van €1,20 naar € 1. Er is gebleken dat de combinatie van de financiële prikkel (diftar) en de service prikkel (restafval wegbrengen) samen net te sterk zijn waardoor afvaltoerisme (nul-aanbiedingen) en vervuiling van grondstoffen uiteindelijk financieel slecht uitpakken (en daarmee de afvalstoffenheffing onnodig opdrijven).

Financiële gezondheid moet worden hersteld

Sinds 2010 zijn de tarieven voor de afvalstoffenheffing gedaald. En lange tijd lag het tarief van Avri ver onder het landelijk gemiddelde tarief.

Tarief Avri

De Avri-gemeenten hebben hiervoor de financiële reserves van Avri ingezet. Deze reserves zijn in 2019 uitgeput geraakt. Avri heeft voor de toekomst onvoldoende financiële armslag om de continuïteit in dienstverlening en prijsstabiliteit te waarborgen ook in tijden van veranderende marktomstandigheden en actuele marktrisico’s. Meerdere gemeenten hebben al bij de behandeling van de kadernota 2021 aangegeven de financiële gezondheid van Avri te willen verbeteren om de financiële risico’s te dekken. Hiermee wordt ook voorkomen dat de weerstandscapaciteit van de gemeentelijke begrotingen moet worden ingezet wanneer financiële risico’s bij Avri zich daadwerkelijk voordoen.

Gemeenteraden geven nu al mening over de begroting, eind 2020 definitief besluit over tarieven afvalstoffenheffing 2021

Het Algemeen Bestuur van Avri stelt de begroting in juli 2020 vast en neemt in december 2020 namens de gemeenten een definitief besluit over de tarieven afvalstoffenheffing voor 2021. De gemeenteraden worden nu al gevraagd om hierover hun mening te geven zodat een evenwichtig besluit genomen kan worden. Voor de verdeling tussen een basistarief (voor ieder huishouden gelijk) en variabel tarief zijn verschillende scenario’s in de begroting opgenomen. De Avri-gemeenten wordt gevraagd hier een reactie op te geven.

Over Avri

Samen met 236.000 inwoners en de 8 gemeenten, werkt Avri aan een schoon Rivierenland door op een duurzame wijze regionaal het afval in te zamelen en taken uit te voeren in het beheer van de openbare ruimte. Avri is een gemeentelijk samenwerkingsverband op basis van de Wet gemeenschappelijke regelingen. De gemeenten Buren, Culemborg, Maasdriel, Neder-Betuwe, Tiel, West Betuwe, West Maas en Waal en Zaltbommel zijn de deelnemers. Avri zamelt grond- en afvalstoffen in. Daarnaast beheert Avri de openbare ruimte voor de vier gemeenten Buren, West Betuwe, Tiel en Neder-Betuwe.